Jef Van Durme

07.05.1907
Genre(s):Klassiek

Biografie

Op 7 mei 1907 werd Jef Van Durme geboren in een muzikantenfamilie in Kemzeke-Waas (Oost-Vlaanderen). Zijn eerste muzieklessen (klavier en notenleer) kreeg hij van zijn vader. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen daar nog lessen van de organist van Sint-Niklaas bij. In 1914 verhuisde de familie Van Durme naar Antwerpen, waar Jef in 1918 aan het Sint-Jan Berchmanscollege begon te studeren. Een jaar later begon hij ook met muziekstudies aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium, en verliet het Sint-Jan Berchmanscollege in 1923 voorgoed. In dat jaar verkreeg Jef Van Durme onder leiding van Jan Broeckx zijn notenleerdiploma. Na harmonielessen van Lodewijk De Vocht en Edward Verheyen behaalde hij ook in deze discipline een diploma (1927). In 1928 slaagde Jef Van Durme voor klavier (lessen van De Vos en Lenaerts). Bij Flor Alpaerts volgde hij lessen contrapunt, fuga en orkestratie.

Na enkele succesvolle uitvoeringen van zijn composities kende de Toonkunstenaarsvereniging van Antwerpen hem in 1929 voor zijn Sonate voor viool en klavier de Prijs Fester toe. In 1931-32 sloeg Jef Van Durme een modernere compositorische richting in. Hij studeerde in deze periode drie maanden bij Alban Berg in Wenen. Na zijn terugkeer ontstonden enkele belangrijke composities. Hij was ook actief als uitvoerend pianist en schreef artikels voor Radiopost. In 1935 volgde hij een dirigeercursus bij Hermann Scherchen, die in 1936 in het Paleis voor Schone Kunsten zijn opera Remous leidde. Van Durmes Heldengedicht won op het Internationaal Festival voor Hedendaagse Muziek te Praag (1935) de eerste prijs. Van 1936 tot 1944 was hij als musicus-modulator aan het N.I.R. verbonden. Op het Concours International Jeunesse van de Société Philharmonique de Bruxelles ontving hij in 1937 voor zijn Sinfonia da Camera de eerste prijs.

Na de oorlog schreef Jef Van Durme nog een veertigtal composities, waarvan er één (de Tweede Ballade voor orkest) in 1952 op een festival in Philadelphia opgevoerd werd. In 1959, 1961-1962 en 1963 kende het Ministerie van Nederlandse Cultuur hem een werkbeurs toe.
Op 28 januari 1965 overleed Jef Van Durme in Brussel.


Werk

Jef Van Durme schreef zo'n 35 orkestwerken (waaronder twee balletten), een twintigtal pianowerken en ongeveer net zoveel kamermuziek, een veertigtal liederen en zes opera's, verder nog een oratorium en een orgelfantasie. Zijn reputatie was die van de "eerste Vlaamse componist van de avant-garde", van de "vertegenwoordiger van het expressionisme in de Vlaamse muziek".

Het lyrische en gepassioneerde Tweede Pianotrio uit 1929 staat nog volledig in de laat-romantische pianotriotraditie. Het symfonische gedicht Beatrijs (1930) refereert qua genre en idioom aan Richard Strauss.

Hoewel Jef Van Durme zijn Heldengedicht componeerde in 1935, na zijn studieperiode bij Alban Berg, is er toch geen invloed van deze leermeester te bespeuren. Dit symfonische gedicht in één beweging volgt geen literair programma, maar is eerder gebaseerd op een abstract idee. Het is opgebouwd uit één thema, dat op verschillende manieren ontwikkeld wordt.

Modern ("expressionistisch") in Van Durmes opera Remous uit 1935 zijn de harmonische vernieuwingen en de inhoud. Het (overigens zwakke) libretto van Joseph Weterings is een psychologisch drama met de klassieke driehoeksverhouding als onderwerp. Harmonisch zweeft deze opera tussen de tonaliteit en de atonaliteit. Voor de orkestratie, de vocale technieken, de vorm en de motiefbehandeling inspireerde Jef Van Durme zich op Wagner en op de eerste opera's van Strauss.

In 1936 schreef Jef Van Durme een in memoriam voor Alban Berg, zijn Eerste ballade voor symfonisch orkest. De orkestratie ervan is vrij traditioneel. De sterk verwijde tonale harmonie ondersteunt efficiënt de coherent opgebouwde vorm van dit sober en transparant geschreven, doorgecomponeerde werk.

Zowel de bezetting als de genrebenaming van Van Durmes Eerste Sinfonia da camera uit 1937 verwijzen naar Schönbergs Kammersymphonie, mogelijk ook naar Bergs Kammerkonzert. De solistisch behandelde instrumenten van het ensemble worden krachtig en efficiënt gebruikt. In dit sterk motivisch georganiseerde werk lijkt Jef Van Durme net als Schönberg bang te zijn voor de "lege ruimte": de contrapuntische zetting is uitstekend, met dikwijls spannende polyfone ontwikkelingen die tot grote climaxen leiden.
Op harmonisch vlak wordt redelijk vrij omgegaan met de van oorsprong tonale akkoorden en akkoordverbindingen.

Het Vijfde strijkkwartet uit 1953 is een streng uitgewerkte compositie die naar het lyrisme van Berg zou verwijzen. Bovendien werd het bij zijn eerste uitvoering geprogrammeerd naast strijkkwartetten van Krenek en Schönberg. Hieruit blijkt duidelijk dat het strijkkwartet als expressionistisch beschouwd werd, net als het merendeel van Jef Van Durmes oeuvre.


(Klaartje Gonnissen, voor MATRIX)

Selectieve discografie als componist

J. Van Durme - J. Van HoofJ. Van Durme - J. Van Hoof
20ste eeuw
Philharmonie van Antwerpen, Jef Van Durme, Léonce Gras, Jef Van Hoof

Verwante items in de databank

Persknipsels/Artikels:
(Wat is dit?)
Jef Van Durme, het grote jonge moderne talent (02.2007)
Jef Van Durme, het grote jonge moderne talent (02.2007)
Muziek tijdens het interbellum (12.03.2003)